ECLI:NL:RBDHA:2019:10098
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verlies verblijfsvergunning wegens langdurig verblijf buiten Nederland
Een Nigeriaanse man verloor zijn verblijfsvergunning omdat hij zijn hoofdverblijf van Nederland naar Nigeria had verplaatst en daardoor niet voldeed aan de voorwaarden voor verlenging. Hij diende een aanvraag in voor verlenging, maar deze werd afgewezen omdat de aanvraag niet tijdig was ingediend en hij niet voldeed aan het machtigingsvereiste.
De man voerde aan dat hij wegens ernstige medische klachten in Nigeria verbleef en dat hij zijn hoofdverblijf niet had verplaatst. Hij overhandigde medische verklaringen en stelde dat hij een kind met de Nederlandse nationaliteit heeft en een zwangere partner. De rechtbank oordeelde echter dat de intrekking van zijn verblijfsvergunning en de verplaatsing van zijn hoofdverblijf in rechte vaststaan, mede omdat hij geen bezwaar had gemaakt tegen het intrekkingsbesluit.
De rechtbank wees het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af omdat de beslissing op het beroep inmiddels was genomen. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Partijen kunnen binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.