ECLI:NL:RBDHA:2019:10159

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 september 2019
Publicatiedatum
30 september 2019
Zaaknummer
C/09/577163 / JE RK 19-1716
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:265b BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige in gezinshuis

Deze zaak betreft een 12-jarige jongen die sinds meer dan twee jaar onder toezicht staat en niet meer thuis woont vanwege onveilige thuissituatie. Na het overlijden van zijn vader is de moeder belast met het ouderlijk gezag, maar zij is nauwelijks betrokken en woont in België. De jongen woont sinds mei 2019 in een gezinshuis en geeft aan het daar naar zijn zin te hebben.

De gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting heeft op 16 juli 2019 verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing voor een periode van een jaar. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde dit verzoek te honoreren. Tijdens de zitting op 11 september 2019 gaf de jongen aan dat het goed met hem gaat en dat hij rust nodig heeft.

De kinderrechter oordeelt dat de zaak in Nederland behandeld moet worden gezien de langdurige verblijfplaats van de jongen hier. Gezien zijn kwetsbare situatie, het verdriet om het verlies van zijn vader, de slechte relatie met de moeder en het feit dat de moeder niet in de buurt woont en onvoldoende zorg biedt, is verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing noodzakelijk.

De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing tot 19 september 2020, waarbij de gecertificeerde instelling belast blijft met de uitvoering. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en is op 11 september 2019 mondeling uitgesproken, met schriftelijke vaststelling op 28 september 2019.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige worden verlengd tot 19 september 2020.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Team Jeugd & Bopz
Zaaksgegevens: C/09/577163 / JE RK 19-1716
Datum uitspraak: 11 september 2019

Beschikking van de kinderrechter

Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak naar aanleiding van het op 16 juli 2019 ingekomen verzoek van:
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering.
Deze zaak gaat over:
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2006 in [geboorteplaats] België (hierna wordt hij genoemd bij zijn roepnaam: [minderjarige] ).
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de vrouw] ,

hierna wordt zij genoemd: de moeder,
wonende in [woonplaats] België.

Wat is er de laatste tijd gebeurd?

De vader van [minderjarige] is vorig jaar overleden. De moeder is na het overlijden van de vader alleen belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . Dat betekent dat zij de belangrijke beslissingen moet nemen over [minderjarige] , bijvoorbeeld naar welke school hij gaat en naar welke dokter hij gaat als dat nodig is.
[minderjarige] heeft in zijn leven al veel meegemaakt. Hij staat daarom al meer dan twee jaar onder toezicht. Dat betekent dat hij een jeugdbeschermer heeft die op hem let en hem helpt. [minderjarige] woont ook al meer dan twee jaar niet meer thuis, omdat het daar niet veilig was. Hij woonde eerst in een instelling en nu in een gezinshuis.
De kinderrechter bepaalt of een ondertoezichtstelling (OTS) nodig is. De kinderrechter moet ook toestemming geven voor een uithuisplaatsing. De vorige keer dat de kinderrechter hierover voor [minderjarige] een beslissing heeft genomen, was op 18 september 2018. De kinderrechter heeft toen beslist dat [minderjarige] in ieder geval tot 19 september 2019 onder toezicht staat van de jeugdbeschermer. De jeugdbeschermer is de heer [vertegenwoordiger van de GI] Hij werkt bij de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering.
De kinderrechter heeft toen ook beslist dat [minderjarige] in ieder geval tot 19 september 2019 blijft wonen bij de instelling. Per 1 mei 2019 is [minderjarige] verhuisd naar een gezinshuis.

Waar gaat het nu om?

Op 16 juli 2019 heeft de jeugdbeschermer in een brief aan de kinderrechter gevraagd of de ondertoezichtstelling van [minderjarige] weer verlengd kan worden en of hij in het gezinshuis mag blijven wonen. De jeugdbeschermer heeft dit gevraagd voor een jaar, langer kan niet volgens de wet. De Raad voor de Kinderbescherming heeft de kinderrechter het advies gegeven om te doen wat de jeugdbeschermer heeft gevraagd.
Op 11 september 2019 is [minderjarige] samen met zijn jeugdbeschermer bij de rechtbank geweest om aan de kinderrechter te vertellen wat hij belangrijk vindt voordat de kinderrechter een beslissing neemt. De kinderrechter heeft de moeder ook uitgenodigd om te komen, maar zij was er niet.
[minderjarige] heeft verteld dat het goed met hem gaat en dat hij het naar zijn zin heeft in het gezinshuis. De jeugdbeschermer heeft nog verteld dat er veel is veranderd in het leven van [minderjarige] en dat hij nu eerst rust nodig heeft.

Wat vindt de kinderrechter?

Omdat [minderjarige] al zo lang in Nederland woont, vindt de kinderrechter dat de zaak van [minderjarige] in Nederland moet worden behandeld en niet in België, waar zijn moeder woont.
De kinderrechter heeft gelezen en gehoord dat [minderjarige] een kwetsbare jongen is die vroeger veel vervelende dingen heeft meegemaakt. Daarnaast is [minderjarige] na het overlijden van zijn vader erg verdrietig geweest. Dat is logisch, want hij had een goede band met zijn vader en hij mist hem erg. [minderjarige] is boos op de mensen die in zijn ogen niet goed waren voor zijn vader. Hij is daarom ook boos op de moeder. De moeder en [minderjarige] hebben niet zo’n goede band met elkaar. De moeder woont ver weg en zij komt niet vaak naar [minderjarige] toe. Ook met de hulp die zij samen kregen, is het niet gelukt om hun band te versterken. De jeugdbeschermer gaat onderzoeken of ze een volgende keer aan de kinderrechter kunnen vragen om het gezag van de moeder te beëindigen. Dan kan zij niet meer de belangrijke beslissingen over [minderjarige] nemen, maar ze blijft natuurlijk wel zijn moeder. [minderjarige] ziet of spreekt andere familieleden niet vaak. Hij heeft wel vrienden in zijn omgeving.
De kinderrechter vindt het belangrijk dat er iemand is die voor [minderjarige] kan opkomen en die hem kan helpen om alles wat er gebeurd is een plekje te geven. Hier heeft [minderjarige] nog hulp bij nodig. De jeugdbeschermer kan goed in de gaten houden hoe het gaat met [minderjarige] en kan kijken wat hij nodig heeft als het niet zo goed met hem gaat. De kinderrechter vindt het een goed idee van de jeugdbeschermer om te kijken of [minderjarige] andere familieleden kan leren kennen, zoals een halfzus en een oom. De kinderrechter zal beslissen dat een jeugdbeschermer nog een jaar langer blijft, dus in ieder geval tot 19 september 2020.
De kinderrechter vindt het ook belangrijk dat [minderjarige] kan blijven wonen waar hij nu woont. Het gaat nu beter met hem in het gezinshuis en op school. Omdat de moeder niet in de buurt is en zij en [minderjarige] geen goede band met elkaar hebben, is het niet mogelijk dat [minderjarige] naar huis gaat. [minderjarige] wil dat zelf ook niet en de moeder heeft niet laten zien dat zij nu goed genoeg voor hem kan zorgen. De kinderrechter zal daarom beslissen dat [minderjarige] nog een jaar langer in een gezinshuis blijft wonen, dus in ieder geval tot 19 september 2020.
De kinderrechter neemt een beslissing op grond van de wet en vindt dat is voldaan aan wat er in artikel 1:255 en Pro 1:265b van het Burgerlijk Wetboek staat. Hierna zal de kinderrechter de beslissing officieel opschrijven.

De beslissing

De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] van 19 september 2019 tot
19 september 2020 met behoud van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering als gecertificeerde instelling die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling;
verlengt de aan William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering verleende machtiging om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gezinsgerichte voorziening van 19 september 2019 tot 19 september 2020, zijnde de duur van de ondertoezichtstelling.
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2019 door mr. E.M.M. Engbers, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.T. Viezee als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 28 september 2019.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van
het gerechtshof Den Haag.