ECLI:NL:RBDHA:2019:10208

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 augustus 2019
Publicatiedatum
1 oktober 2019
Zaaknummer
C/09/578452 / JE RK 19-1995
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 JeugdwetArt. 6.1.10 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting uithuisplaatsing in gesloten accommodatie voor jeugdhulp

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot machtiging voor opname en verblijf van een minderjarige in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor een periode van drie maanden. De minderjarige verblijft reeds in een gesloten accommodatie en de kinderrechter heeft eerder een machtiging verleend die binnenkort afloopt.

De vader stemt in met de verlenging, de moeder verschijnt niet en wordt op grond van de Jeugdwet niet gehoord. De minderjarige voert verweer tegen de duur van de machtiging, maar de kinderrechter acht de gevraagde termijn passend gezien de ernst van de opgroei- en opvoedingsproblemen.

De kinderrechter overweegt dat de minderjarige grote persoonlijke vooruitgang heeft geboekt en zich in de laatste fase van geslotenheid bevindt. De verlenging is noodzakelijk om een veilige en verantwoorde terugkeer naar de thuissituatie bij de vader mogelijk te maken, waarbij nog enkele stappen moeten worden gezet zoals afronding van therapie, uitbreiding van verlof en het vinden van passend onderwijs.

Hoewel de minderjarige een kortere termijn bepleit, acht de kinderrechter een termijn van drie maanden beter passend om terugval en het tenietdoen van positieve ontwikkelingen te voorkomen. De beschikking wordt mondeling gegeven en schriftelijk vastgesteld, met mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.

Uitkomst: Machtiging tot opname en verblijf in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp wordt voor drie maanden verleend.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd & Bopz
Zaaksgegevens: C/09/578452 / JE RK 19-1995
Datum uitspraak: 30 augustus 2019

Beschikking van de kinderrechter

Nieuwe machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp

in de zaak naar aanleiding van het op 8 augustus 2019 ingekomen verzoekschrift van:
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering(hierna te noemen: de gecertificeerde instelling),
betreffende:
- [minderjarige], geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats]
hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: mr. D.G.M. van den Hoogen te Leiden.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de man] ,

hierna te noemen: de vader,
wonende te ’ [woonplaats]

[de vrouw] ,

hierna te noemen: de moeder,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres.

Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift met bijlagen;
- de instemmingsverklaring d.d. 24 augustus 2019 van een gedragswetenschapper als
bedoeld in artikel 6.1.2, zesde lid, van de Jeugdwet, die de jeugdige met het oog daarop kort
tevoren heeft onderzocht.
Op 30 augustus 2019 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij zijn verschenen:
- dhr. [vertegenwoordiger van de GI] namens de gecertificeerde instelling;
- de vader;
- [minderjarige] , bijgestaan door haar advocaat.
[minderjarige] is op 30 augustus 2019 ook in raadkamer gehoord.
De moeder is opgeroepen, maar niet verschenen.

Feiten

- Het huwelijk van de vader en de moeder is door echtscheiding ontbonden.
- De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag.
- [minderjarige] verblijft feitelijk in de gesloten accommodatie voor jeugdhulp van Horizon te Harreveld.
- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 28 februari 2019 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd van 3 maart 2019 tot 3 maart 2020 en een machtiging verleend om [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven van 31 maart 2019 tot 1 september 2019.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft de Raad voor Rechtsbijstand gelast een advocaat aan [minderjarige] toe te voegen.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot machtiging [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de periode van drie maanden.
De vader heeft ingestemd met het verzochte, althans heeft zich niet tegen toewijzing daarvan verzet.
[minderjarige] heeft verweer gevoerd tegen de verzochte duur, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

De kinderrechter stelt vast dat de moeder niet bereid is zich te doen horen, zodat het horen van deze persoon op grond van artikel 6.1.10, eerste lid onder a, Jeugdwet achterwege kan blijven.
De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat sprake is van ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren en die maken dat de opneming en het verblijf in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp noodzakelijk zijn om te voorkomen dat [minderjarige] zich aan de jeugdhulp die zij nodig heeft onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.
Daarbij overweegt de kinderrechter in het bijzonder dat [minderjarige] de afgelopen maanden grote stappen heeft gemaakt in haar persoonlijke ontwikkeling. [minderjarige] zit nu in de laatste fase van de geslotenheid en voortzetting van de gesloten plaatsing is nog nodig om een verantwoorde, veilige thuisplaatsing bij de vader (waar haar perspectief ligt) te bewerkstelligen. Daarvoor dienen nog enkele stappen te worden gezet. De komende drie maanden zal [minderjarige] haar huidige therapie afronden, waarna zij vanuit de thuissituatie EMDR zal volgen. Daarnaast zal het verlof bij de vader worden uitgebreid in frequentie en duur, naar de regio Den Haag en onbegeleid. Voorts dient er nog een passende school in de regio Den Haag voor [minderjarige] te worden gevonden.
Hoewel het door de inzet van [minderjarige] (en de vader) nu echt goed gaat met [minderjarige] en zij daarom een machtiging voor de periode van vier tot zes weken heeft bepleit, is de kinderrechter van oordeel dat de verzochte periode van drie maanden beter is. Voorzichtigheid is gelet op de persoonlijke problematiek van [minderjarige] belangrijk, om het risico op een terugval in haar oude probleemgedrag (en het teniet doen van recente positieve ontwikkelingen) te beperken.
Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:
verleent een machtiging [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 6.1.2, eerste lid, van de Jeugdwet, van 1 september 2019 tot 1 december 2019.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2019 door mr. C.F. Mewe, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Westerhof als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 30 september 2019.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van
het gerechtshof Den Haag.