ECLI:NL:RBDHA:2019:10316
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij bezwaar tegen besluit Wob-verzoek
Eiser diende een verzoek in op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) bij de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek. Dit verzoek werd gedeeltelijk toegewezen en gedeeltelijk afgewezen bij besluit van 5 juni 2018. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht bij besluit van 23 november 2018. Eiser stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank, maar dit beroep werd buiten de wettelijke termijn van zes weken ingediend.
De rechtbank oordeelde dat de brief van 23 november 2018 een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vormt en dat de termijn voor het instellen van beroep op 7 januari 2019 afliep. Het beroep van eiser, ingediend op 13 januari 2019, was daarmee niet tijdig. Eiser kon geen verschoonbare termijnoverschrijding aantonen. Ook het standpunt van eiser dat het beroep zou zijn ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar werd verworpen.
De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk en zag geen aanleiding om inhoudelijk op de zaak in te gaan. Tevens werd een verzoek tot proceskostenveroordeling afgewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening.