Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 oktober 2019 in de zaak tussen
[EISER], eiser
de Autoriteit Persoonsgegevens, verweerster
Procesverloop
Overwegingen
In geschil is of de Gemeentewet een toereikende wettelijke grondslag biedt, op grond waarvan het verbod van gegevensverwerking kan worden doorbroken. Verweerster heeft geoordeeld dat voor gegevensverwerking van sekswerkers geen grondslag bestaat in een bijzondere wet in formele zin, zodat voor een doorbreking van het verbod om deze reden geen aanleiding bestaat. De Afdeling heeft in de onder 5 genoemde uitspraak geoordeeld dat voor de uitzondering op grond van onderdeel f nodig is dat een formele wet uitdrukkelijk voorziet in de verwerking van het bijzondere persoonsgegeven. De artikelen 149 en 151a van de Gemeentewet geven de gemeenteraad weliswaar een verordenende bevoegdheid, maar deze bepalingen geven geen uitdrukkelijke bevoegdheid om een uitzondering te maken op het verbod om bijzondere persoonsgegevens te verwerken.