ECLI:NL:RBDHA:2019:10396
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende vreemdeling, diende een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris weigerde deze in behandeling te nemen omdat op grond van de Dublinverordening Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland had een verzoek tot terugname aan Frankrijk gedaan, dat was geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat hij afhankelijk is van zijn ouders die in Nederland verblijven en dat zijn medische situatie een uitzondering rechtvaardigt op grond van artikel 16 van Pro de Dublinverordening. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat er een afhankelijkheidsrelatie bestaat en dat de medische stukken geen reëel risico op ernstige achteruitgang of suïcide bij overdracht naar Frankrijk aantonen.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en concludeerde dat eiser niet als kwetsbaar persoon kan worden aangemerkt die zonder garanties geen adequate zorg zou ontvangen in Frankrijk.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.