De verdediging heeft een verzoek ingediend bij de rechter-commissaris met diverse onderzoekswensen, waaronder het horen van een getuige, het benoemen van een expert voor een contra-expertise van een DNA-rapport, en het toevoegen van verschillende stukken en opnames aan het dossier.
De rechter-commissaris oordeelt dat het verzoek tot het horen van de getuige toewijsbaar is vanwege het verdedigingsbelang en draagt op dat het proces-verbaal van aangifte vóór het verhoor aan het dossier wordt toegevoegd. Het verzoek tot een contra-expertise wordt afgewezen omdat het DNA-onderzoek betrouwbaar is bevonden en de verdediging onvoldoende redenen heeft gegeven.
Verzoeken tot het toevoegen van stukken die ten grondslag liggen aan het DNA-rapport en historische verkeersgegevens worden afgewezen omdat zij niet met redenen zijn onderbouwd en de officier van justitie terecht weigert deze toe te voegen. Verzoeken tot het verstrekken van opnames en foto’s worden niet-ontvankelijk verklaard omdat deze verzoeken niet aan de rechter-commissaris kunnen worden gericht. De beschikking is gegeven door rechter-commissaris M.L. Ruiter te Den Haag op 13 augustus 2019.