ECLI:NL:RBDHA:2019:10441
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen onbevoegdverklaring beroepszaak lokale medewerker ministerie Buitenlandse Zaken
Opposante, werkzaam als lokaal medewerker bij het Consulaat-Generaal, had beroep ingesteld tegen een beslissing van de Minister van Buitenlandse Zaken. De rechtbank had eerder geoordeeld dat zij onbevoegd was om van het beroep kennis te nemen, omdat opposante geen ambtenaar is maar werknemer op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.
In het verzet beoordeelde de rechtbank uitsluitend of de onbevoegdverklaring terecht was. De rechtbank bevestigde dat opposante onder de Rechtspostieregeling lokaal indienstgenomen werknemers 2005 valt en dat meningsverschillen over arbeidsovereenkomsten voor de burgerlijke rechter horen.
De rechtbank concludeerde dat geen sprake is van een ambtelijke rechtsverhouding, mede omdat een schriftelijk aanstellingsbesluit ontbreekt en bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek van toepassing zijn. Het verzet werd ongegrond verklaard, waardoor de eerdere buiten-zittinguitspraak in stand blijft.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de rechtbank blijft onbevoegd om kennis te nemen van het beroep.