ECLI:NL:RBDHA:2019:10478
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op vrijstelling inburgeringsvereiste bij gezinshereniging
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af te wijzen vanwege het niet voldoen aan het inburgeringsvereiste. Zij wenst verblijf bij haar echtgenoot, met wie zij in Marokko gehuwd is, en voert aan dat zij vanwege gezondheidsproblemen niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen en dat het vereiste haar gezinshereniging onmogelijk maakt.
De staatssecretaris heeft het beroep ongegrond verklaard, stellende dat eiseres onvoldoende heeft aangetoond dat zij zich voldoende heeft ingespannen voor het examen en dat haar medische situatie geen vrijstelling rechtvaardigt. De rechtbank toetst het beleid en de feiten, waaronder medische verklaringen en bewijs van deelname aan taallessen, en concludeert dat de staatssecretaris het juiste toetsingskader heeft gehanteerd.
Verder oordeelt de rechtbank dat het belang van de Nederlandse staat zwaarder weegt dan het belang van eiseres en haar echtgenoot, mede omdat er geen objectieve belemmering is om het gezinsleven in Marokko voort te zetten. Ook de aangevoerde strijd met het EVRM en de Gezinsherenigingsrichtlijn wordt verworpen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag mvv wegens niet voldoen aan het inburgeringsvereiste wordt ongegrond verklaard.