ECLI:NL:RBDHA:2019:10492
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep mvv-aanvragen wegens rechtmatig verblijf na inreis Nederland
Eisers, Afghaanse familieleden, hadden verzoeken ingediend voor machtigingen tot voorlopig verblijf (mvv’s) nadat hun referente een asielvergunning had gekregen. Deze verzoeken werden afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De familieleden mochten Nederland inreizen op grond van de Dublinverordening en verblijven hier rechtmatig vanwege lopende asielprocedures.
Eisers stelden dat hun mvv-aanvragen dienden voor toegang en toelating tot Nederland en verwezen naar het beleid dat mvv-aanvragen en verblijfsvergunningen in één procedure worden behandeld. De rechtbank overwoog echter dat omdat eisers reeds in Nederland zijn en rechtmatig verblijven, het verstrekken van mvv’s hen geen gunstigere positie zou geven.
De rechtbank concludeerde dat eisers geen procesbelang hebben bij hun beroep en verklaarde de beroepen niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De mogelijkheid tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning blijft open in de lopende asielprocedure.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk omdat eisers reeds rechtmatig in Nederland verblijven en verstrekking van mvv’s geen gunstigere positie oplevert.