Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- het tussenvonnis van 3 april 2019 waarbij een comparitie van partijen is bevolen;
- het buiten aanwezigheid van partijen opgemaakte proces-verbaal van comparitie van 2 juli 2019. Hierop hebben partijen niet meer gereageerd, alhoewel zij daartoe in de gelegenheid zijn gesteld.
2.De feiten
3.Het geschil in de hoofdzaak
4.De beoordeling
in de hoofdzaak
isontstaan. In het geval partijen immers zijn overeengekomen dat zij dit aandeel aan hem zou schenken, doordat hij zou toetreden tot de koopovereenkomst zonder mee te betalen aan de koopsom, heeft zij immers voldaan aan de ten tijde van de levering op haar rustende verplichting om de gehele koopprijs te voldoen.