ECLI:NL:RBDHA:2019:1055

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 februari 2019
Publicatiedatum
7 februari 2019
Zaaknummer
AWB - 18 _ 5149
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:84 AwbArt. 8:75 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting in verblijfsvergunningprocedure

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning voor verblijf bij zijn partner. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om uitzetting te voorkomen zolang het bezwaar nog niet is behandeld.

Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, maakte kenbaar zich niet te verzetten tegen het verzoek. De voorzieningenrechter besloot daarom het verzoek toe te wijzen en verbood de uitzetting van verzoeker totdat het bezwaar is afgewikkeld.

Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €512,-, en tot vergoeding van het griffierecht van €170,-. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoeker wordt verboden totdat op het bezwaar is beslist.

Uitspraak

Rechtbank DEN Haag

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 18/5149
uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 februari 2019 op het verzoek om voorlopige voorziening van

[verzoeker] , verzoeker, V-nummer [V-nummer]

(gemachtigde mr. J.P. Sanchez Montoto),
tegen

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 10 juli 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag voor een verblijfsvergunning met als doel ‘verblijf bij partner [partner]’ afgewezen.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Partijen hebben voorafgaand aan de zitting van 31 januari 2019 aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter is verzocht om hangende het bezwaar te bepalen dat verzoeker de procedure hier te lande kan afwachten.
2. Bij brief van 15 januari 2019 heeft verweerder kenbaar gemaakt dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening.
3. Gelet op het standpunt van verweerder zal de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening toewijzen. De voorzieningenrechter bepaalt daarom dat verweerder de uitzetting van verzoeker achterwege dient te laten tot op het bezwaar is beslist.
4. Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter aanleiding verweerder met toepassing van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb in samenhang met artikel 8:75, eerste lid, van de Awb te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 512,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 512,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
  • verbiedt verweerder verzoeker uit te zetten tot op het bezwaar is beslist;
  • draagt verweerder op het griffierecht van € 170,- aan verzoeker te vergoeden;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 512,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Kroon - Overdijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2019.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.