Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 september 2019 in de zaken tussen
[eiseres] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
- een naheffingsaanslag over het tijdvak 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014 ten bedrage van € 9.262. Tevens is bij beschikking € 1.230 aan belastingrente in rekening gebracht en een vergrijpboete van € 2.220 opgelegd (SGR 19/228);
- een naheffingsaanslag over het tijdvak 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015 ten bedrage van € 25.934. Tevens is bij beschikking € 2.408 aan belastingrente in rekening gebracht en een vergrijpboete van € 6.384 opgelegd (SGR 19/229);
- een naheffingsaanslag over het tijdvak 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016 ten bedrage van € 31.660. Tevens is bij beschikking € 1.674 aan belastingrente in rekening gebracht, een boete wegens betaalverzuim van € 184 en een vergrijpboete van € 7.453 opgelegd (SGR 19/230).
Overwegingen
4.2.2 Beoordeling