ECLI:NL:RBDHA:2019:10840
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vervallen procesbelang na overlijden verblijfsreferente
Eiser, met de Braziliaanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor verblijf bij zijn moeder in Nederland. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag af en legde een inreisverbod van twee jaar op. Eiser maakte bezwaar, dat werd afgewezen, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank.
Tijdens de procedure overleed de moeder van eiser, de verblijfsreferente, waardoor het beoogde doel van het verblijf niet meer aanwezig was. Eiser en zijn gemachtigde verschenen niet op de zitting en reageerden niet op het verweerschrift waarin werd gesteld dat het beroep geen procesbelang meer had.
De rechtbank oordeelde dat het procesbelang van eiser was komen te vervallen en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het vervallen van het procesbelang na het overlijden van de verblijfsreferente.