Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding van 7 februari 2019, met producties;
- de conclusie van antwoord, met één productie;
- het tussenvonnis van 8 mei 2019, waarbij een comparitie van partijen is gelast;
- het buiten aanwezigheid van partijen opgemaakte proces-verbaal van comparitie van 29 augustus 2019, de daarin genoemde stukken en de opmerkingen over het proces-verbaal van de Staat bij brief van 2 september 2019.
2.De feiten
€ 393.200 aan contanten uit de tweede koffer.