ECLI:NL:RBDHA:2019:10925
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens vermeende vooringenomenheid rechter
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter in een civiele procedure, omdat het uitstelverzoek voor een comparitie zonder motivering werd afgewezen en de griffiemedewerker onbereikbaar was. Verzoekster stelde dat dit een grond voor wraking vormde wegens vermeende vooringenomenheid.
De wrakingskamer overweegt dat een rechter slechts gewraakt kan worden bij objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. Het ontbreken van een motivering bij de afwijzing van het uitstelverzoek vormt op zichzelf geen grond voor wraking, tenzij dit in de context van alle omstandigheden anders blijkt.
De wrakingskamer concludeert dat de door verzoekster aangevoerde feiten en omstandigheden niet leiden tot de conclusie dat de rechter vooringenomen is. Daarom wordt het wrakingsverzoek afgewezen en wordt het proces in de hoofdzaak voortgezet zoals het was bij indiening van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens onvoldoende grond voor vooringenomenheid van de rechter.