ECLI:NL:RBDHA:2019:10962
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen en inreisverboden wegens ontbreken nieuwe relevante elementen
De rechtbank Den Haag behandelde op 8 oktober 2019 de beroepen van vier eisers tegen besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 22 augustus 2019. Deze besluiten betroffen de afwijzing van asielaanvragen als kennelijk ongegrond of niet-ontvankelijk en het opleggen van inreisverboden van twee jaar.
Eiser 2 had eerder een asielaanvraag ingediend die was afgewezen, maar de rechtbank had deze eerdere afwijzing vernietigd wegens het ontbreken van een tolk. Na hernieuwde behandeling werd de aanvraag opnieuw afgewezen. Eisers 1, 3 en eiseres dienden opvolgende asielaanvragen in die niet-ontvankelijk werden verklaard omdat zij geen nieuwe relevante elementen bevatten.
De rechtbank oordeelde dat eisers onvoldoende hadden onderbouwd dat zij hun identiteit en nationaliteit juist hadden opgegeven, met name eiser 2 die tegenstrijdige gegevens had verstrekt en jarenlang de Nederlandse overheid had misleid. De overgelegde documenten, waaronder verlopen paspoorten, werden niet als nieuwe, relevante elementen aangemerkt. Ook ontbraken bijzondere feiten die een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer aannemelijk maakten.
De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van asielaanvragen en oplegging van inreisverboden worden ongegrond verklaard.