ECLI:NL:RBDHA:2019:10979
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing ongewenstverklaring wegens onvoldoende onderbouwing en gevaar openbare orde
Eiser is in 2009 tot ongewenst vreemdeling verklaard vanwege eerdere veroordelingen en het ontbreken van rechtmatig verblijf. Hij verzocht om opheffing van deze verklaring, maar verweerder wees dit af omdat eiser niet kon aantonen dat hij ten minste vijf jaar buiten Nederland verbleef zonder strafvervolging.
Eiser stelde dat hij ten onrechte werd verweten geen documenten te kunnen overleggen ter onderbouwing van zijn verzoek. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht stelde dat eiser geen objectieve documenten had overgelegd en dat er geen bewijs was dat het onmogelijk was deze te verkrijgen.
Voorts voerde eiser aan dat het gevaar voor de openbare orde zou zijn verdwenen, maar kon dit niet met bewijsstukken onderbouwen. De rechtbank stelde vast dat verweerder niet verplicht was de aanvraag buiten behandeling te stellen en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het gevaar was geweken.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring had afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van de ongewenstverklaring is ongegrond verklaard.