ECLI:NL:RBDHA:2019:11043
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake openstelling bedrijfspand na sluiting op grond van Opiumwet
Verweerder, de burgemeester van de gemeente Westland, heeft op 27 september 2019 besloten het bedrijfspand en de daarbij behorende grond voor de duur van één dag open te stellen, nadat het pand op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor zes maanden was gesloten per 16 augustus 2019.
Verzoeker, huurder van het perceel, maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening met het oog op een langere ontruimingstermijn van zes weken, vanwege zijn zwakke gezondheid, financiële beperkingen en het in beslag genomen trailer.
De voorzieningenrechter overwoog dat de ontruiming slechts betrekking heeft op goederen die niet onder conservatoir beslag vallen en achtte een openstelling van één dag niet onredelijk. Tevens werd gewezen op de toezegging van verweerder dat verzoeker ruim gelegenheid krijgt om het pand te ontruimen.
Na aanhouding en overleg tussen partijen werd geen overeenstemming bereikt over de goederen onder beslag, waarna de voorzieningenrechter op 21 oktober 2019 het verzoek om voorlopige voorziening afwees. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de openstelling van het bedrijfspand voor één dag is afgewezen.