ECLI:NL:RBDHA:2019:11308
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiseres diende op 24 juli 2018 een asielaanvraag in in Nederland. Verweerder nam de aanvraag aanvankelijk niet in behandeling omdat Italië verantwoordelijk was volgens de Dublinverordening. Na intrekking van dat besluit door verweerder op 17 januari 2019 werd de aanvraag opnieuw in behandeling genomen. Op 22 juli 2019 stelde eiseres verweerder in gebreke wegens het niet tijdig beslissen over haar aanvraag.
Eiseres stelde dat de beslistermijn was verstreken en dat de ingebrekestelling terecht was. Verweerder betoogde dat de ingebrekestelling prematuur was omdat de beslistermijn pas op 4 maart 2019 was aangevangen, de dag na het verstrijken van de overdrachtstermijn volgens de Dublinverordening. De rechtbank oordeelde dat de beslistermijn inderdaad pas op 4 maart 2019 begon, omdat verweerder tot die datum aannam dat overdracht aan Italië nog mogelijk was.
De rechtbank concludeerde dat de ingebrekestelling van 22 juli 2019 te vroeg was en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.