Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
[verdachte] ,
Procesverloop
Feiten
dat 'is besloten dat de zaak formeel aan het Haagse parket wordt overgedragen en dat mijn collega Duyvendak en ik zaaksofficieren zullen blijven’.
'de Rechtbank Den Haag aan[wijst] als gerecht voor hetwelk, zo het Openbaar Ministerie bij die Rechtbank dit nodig oordeelt, de vervolging en berechting van de zaak zullen plaatshebben'. Uw beslissing komt daarom onverwacht.
Het bezwaarschrift
- Het is hoogst onaannemelijk dat de strafrechter, later oordelend, het openbaar ministerie ontvankelijk zal verklaren in zijn strafvervolging.
- Het openbaar ministerie heeft immers geen uitvoering gegeven aan de beschikking van de Hoge Raad van 22 januari 2019. Met name is geen uitvoering gegeven aan de eis dat de vervolging en berechting van de zaak zouden plaats hebben bij de rechtbank Den Haag
- Aldus is sprake van schending van artikel 510 Sv Pro, waaraan de Hoge Raad het gevolg van nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting verbindt, wat tot niets anders kan leiden dan tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in zijn strafvervolging.
- Reeds om deze reden dient de rechtbank verdachte buiten vervolging te stellen.
- Daarvoor is nog een tweede reden, te weten dat het openbaar ministerie door het negeren van de beschikking van de Hoge Raad een zeer fundamentele inbreuk heeft gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor het wettelijk systeem in de kern is geraakt.
Het standpunt van het openbaar ministerie
Het oordeel van de rechtbank
“zaaksofficieren gebleven”. Na de datum van de beschikking van de Hoge Raad hebben zij, althans heeft één van hen, de regiebijeenkomst bij de rechter-commissaris te Den Haag bijgewoond en overleg gepleegd met de voorzitter van de meervoudige strafkamer te Den Haag over de (verdere) planning van de zaak. Ten slotte hebben zij als zaaksofficieren de (verdere) vervolgingsbeslissing genomen en de dagvaarding opgesteld. Het was kennelijk de bedoeling dat zij in Den Haag zouden optreden als vertegenwoordigers van het openbaar ministerie op de regiezitting van 4 oktober 2019 en de inhoudelijke behandeling op 7 november 2019, op gelijke wijze als zij ook zijn opgetreden bij de behandeling van de zaken van de overige verdachten voor de rechtbank te Amsterdam.
“honderd procent Haags”.
berechtdoor rechters in de rechtbank Den Haag, maar ook uitsluitend (verder) mocht worden
vervolgddoor officieren van justitie, werkzaam bij het parket te Den Haag.
“honderd procent Haags zijn”niet kan worden aanvaard. De zaak diende, na de verwijzing, verder uitsluitend te worden behandeld door regulier bij het Haagse parket werkzame officieren van justitie die nog in het geheel niet bij de zaak betrokken waren.
als geheelals gevolg van het handelen in deze zaak niet ontvankelijk is, en niet slechts bepaalde officieren van justitie.