ECLI:NL:RBDHA:2019:11477
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens geslaagd beroep op noodweer bij messteek in hals
Op 16 mei 2019 vond in een rijdende trein tussen Rotterdam en Den Haag een incident plaats waarbij verdachte het slachtoffer met een mes in de hals stak. De verdachte verklaarde dat zij zich verdedigde tegen een aanval van het slachtoffer, die haar had geduwd, op de grond had gekregen en met vuisten sloeg.
De rechtbank nam verklaringen van verdachte, slachtoffer en getuigen in overweging, evenals forensisch bewijs zoals bloedsporen en een oorbel van de verdachte op de plaats van het steekincident. De verklaringen van de verdachte werden als geloofwaardig beoordeeld, terwijl die van het slachtoffer niet plausibel werden geacht.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding en dat het geweld van de verdachte proportioneel en subsidiar was. Gezien haar cognitieve beperkingen kon van haar niet worden verwacht een minder ingrijpend verdedigingsmiddel te kiezen.
Daarom werd de verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging wegens noodweer. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard en de tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf werd afgewezen.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens geslaagd beroep op noodweer na messteek in hals.