ECLI:NL:RBDHA:2019:11777

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 oktober 2019
Publicatiedatum
6 november 2019
Zaaknummer
NL19/21091
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 VwArt. 30b Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige homoseksuele geaardheid en relatie

Eiser, een Tunesische nationaliteit dragende asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van zijn homoseksuele geaardheid en de vrees voor vervolging door zijn familie in Tunesië.

De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond omdat eiser vaag, oppervlakkig en summier verklaarde over zijn seksuele geaardheid en relaties, waardoor zijn verhaal niet geloofwaardig werd geacht. De rechtbank bevestigde dit oordeel na beoordeling van het relaas, waarbij verweerder zorgvuldig de persoonlijke beleving en omstandigheden van eiser had meegewogen.

De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concreet en consistent had toegelicht waarom hij homoseksueel is, hoe hij zijn gevoelens heeft ervaren en hoe zijn relatie met [A] is opgebouwd. Ook de culturele achtergrond van eiser werd meegewogen, maar dit leidde niet tot een ander oordeel.

De rechtbank wees het beroep af en bevestigde de afwijzing van de verblijfsvergunning. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af wegens ongeloofwaardigheid van de homoseksuele geaardheid en onvoldoende onderbouwing van de relatie.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL19.21091

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 oktober 2019 in de zaak tussen

[eiser] , eiser, V-nummer [V-nummer]

(gemachtigde: mr. H.M.A. Breuls),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. A.H. Noordeloos).

ProcesverloopBij besluit van 4 september 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL19.21091, plaatsgevonden op 26 september 2019. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen H. Saadoun. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1990 en heeft de Tunesische nationaliteit. Op 26 januari 2019 heeft eiser onderhavige aanvraag ingediend en daaraan ten grondslag gelegd dat hij homoseksueel is, vreest dat zijn familie hem iets aan zal doen en geen normaal leven als homoseksueel in Tunesië kan leiden.
2. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:
- eisers identiteit, nationaliteit en herkomst;
- eisers homoseksuele geaardheid;
- de bedreiging door familie vanwege eisers homoseksuele geaardheid.
3. Verweerder heeft eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig geacht. Eisers geaardheid is door verweerder niet geloofwaardig geacht nu eiser onder andere vaag, oppervlakkig en summier over (de ontdekking van) zijn seksuele geaardheid en seksuele relaties met mannen heeft verklaard. De gestelde problemen met de familie van eiser zijn niet afzonderlijk beoordeeld, nu eisers geaardheid ongeloofwaardig is geacht en eiser bovendien niet heeft aangegeven dat de problemen met zijn familie een op zichzelf staande reden voor zijn asielaanvraag hebben gevormd. De asielaanvraag is op grond van artikel 31 in Pro samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b van de Vreemdelingenwet (Vw) afgewezen als kennelijk ongegrond.
4. Eiser kan zich met deze beslissing niet verenigen en heeft daartoe – kort samengevat – het volgende aangevoerd. Eiser vindt het moeilijk diepgaand over zijn persoonlijke beleving van zijn geaardheid te praten. Dit zou makkelijker zijn geweest als hij eerder ook heteroseksuele relaties had gehad omdat hij dan zijn gevoelens met elkaar had kunnen vergelijken. Bovendien maakt het feit dat homoseksualiteit in Tunesië verboden en strafbaar is, nog niet dat iedere vreemdeling daarom in staat moet worden geacht diepgaand over zijn persoonlijke beleving te praten. Eisers culturele achtergrond en de invloed van die achtergrond op de wijze waarop eiser verklaart is door verweerder niet meegewogen. Eiser meent dat hij voldoende duidelijk heeft verklaard over zijn gevoelens, zijn privéleven, zijn eerdere relaties, zijn huidige relatie en zijn vrees bij terugkeer naar Tunesië. Zijn huidige relatie met [A] heeft eiser voldoende onderbouwd met een schriftelijke verklaring. Verder is [A] aanwezig op zitting en kan hij worden gehoord.
5. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
6. De rechtbank overweegt als volgt.
6.1
Voor de beoordeling van asielaanvragen waarbij seksuele geaardheid als asielmotief wordt aangevoerd, hanteert verweerder Werkinstructie 2018/9. Bij de toetsing van het relaas is sprake van een individuele beoordeling, waarbij de persoonlijke beleving van de vreemdeling en de betekenis die die gebeurtenissen voor de vreemdeling hebben gehad, centraal staan. Het is aan de vreemdeling om zijn gestelde seksuele gerichtheid nader te onderbouwen, maar verweerder biedt aan de vreemdeling uitgebreid de gelegenheid te verklaren. In het kader van het onderzoek naar de geloofwaardigheid van de gestelde gerichtheid, worden onder andere vragen worden gesteld over het privéleven van de vreemdeling (daaronder begrepen de eigen ervaringen van de vreemdeling met betrekking tot zijn seksuele geaardheid), huidige en voorgaande relaties, contacten in het land van herkomst en contact met of kennis van LHBT organisaties in het land van herkomst, contact met anderen met een LHBT geaardheid in Nederland en kennis van de Nederlandse situatie en de mate van discriminatie, repressie en vervolging in het land van herkomst. In het algemeen ligt het zwaartepunt bij de antwoorden over de eigen ervaringen en persoonlijke beleving van de vreemdeling met betrekking tot zijn seksuele gerichtheid, wat dit voor hem en zijn omgeving heeft betekend, wat de situatie is voor personen met die gerichtheid in het land van herkomst en hoe diens ervaringen in het algemene beeld passen.
6.2
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder niet ten onrechte eisers verklaringen over zijn gestelde homoseksuele geaardheid ongeloofwaardig geacht. Daartoe heeft verweerder kunnen overwegen dat eiser over diverse relevante onderwerpen vaag en oppervlakkig heeft verklaard. Zo is eiser niet in staat gebleken zijn homoseksuele gevoelens te beschrijven en verklaart hij vaag over het moment dat hij ontdekte homoseksuele gevoelens te hebben. Eiser heeft immers verklaard dat hij niets met meisjes te maken wilde hebben en niet geïnteresseerd was om met andere jongens over meisjes te praten. Eiser kan niet toelichten waarom hij dit niet wilde. Bovendien heeft verweerder kunnen overwegen dat zonder nadere toelichting niet valt in te zien dat in een land waar homoseksualiteit niet geaccepteerd wordt, eiser zonder enige verwarring of angst ingaat op de avances van een man die hij kent uit de buurt.
Eiser heeft voorts oppervlakkig verklaard over het omgaan met zijn homoseksuele gevoelens, zoals dat hij nu wist dat hij op mannen viel en hij bang was dat er een dag zou komen dat ze erachter zouden komen, terwijl hij daarnaast ook heeft verklaard dat hij een normaal leven leidde tot zijn familie erachter kwam. Verweerder heeft in dat kader van eiser mogen verwachten dat hij concreet verklaart over de wijze waarop hij zijn seksuele gerichtheid heeft beleefd, mede gelet op het feit dat homoseksualiteit in Tunesië niet geaccepteerd wordt en strafbaar gesteld is.
Ook heeft verweerder kunnen tegenwerpen dat eiser summier, oppervlakkig en tegenstrijdig heeft verklaard over het seksuele contact dat hij in Tunesische badplaatsen met homoseksuele toeristen had. Zo heeft eiser verklaard dat hij mensen aansprak op het strand en zo andere homoseksuelen leerde kennen, terwijl hij anderzijds heeft verklaard alles in het geheim te doen en een groot probleem te hebben als men erachter komt dat iemand homo is. Bovendien weet eiser niet of homoseksualiteit strafbaar is in Tunesië en heeft hij zich hier ook niet in verdiept omdat hij een normaal leven leidde, aldus eiser.
Eisers stelling dat hij het moeilijk vindt diepgaand over zijn persoonlijke beleving te praten uit schaamte en hij geen vergelijkingsmateriaal met heteroseksuele relaties had, leidt niet tot een ander oordeel. Verweerder heeft bij de beoordeling van de asielaanvraag rekening gehouden met eisers persoonlijke omstandigheden. Terecht heeft verweerder er voorts in het bestreden besluit op gewezen dat het feit dat eiser de neiging heeft korte antwoorden te geven, niet maakt dat niet van hem kan worden verwacht dat hij inzicht geeft in zijn gevoelens en persoonlijke beleving van zijn homoseksualiteit. Daarnaast is het aan eiser om zijn asielrelaas gedetailleerd en op een concrete wijze naar voren te brengen.
6.3
Ten aanzien van de relatie met [A] die eiser in Nederland stelt te zijn aangegaan heeft verweerder kunnen overwegen dat eiser hierover oppervlakkig en summier heeft verklaard. Zo weet eiser niet wanneer hij [A] heeft ontmoet en hij is summier over zijn gevoelens door te stellen dat zij van elkaar houden en eerdere relaties tijdelijk waren, maar deze relatie niet. In dat kader heeft verweerder terecht overwogen dat van eiser mag worden verwacht dat hij nader verklaart over de relatie, nu hij naar eigen zeggen dieperliggende gevoelens heeft. Eisers stelling dat verweerder heeft miskend dat eiser door het overleggen van een kopie van het paspoort van [A] een begin van bewijs van de relatie heeft geleverd, slaagt niet. Dit geldt ook voor de verklaring van [A] die voor de zitting is overgelegd. Verweerder heeft in dit kader terecht overwogen dat het in de eerste plaats aan eiser is om de relatie met zijn verklaringen aannemelijk te maken, maar dat eiser daar niet in is geslaagd. De overgelegde verklaring maakt dit niet anders, nog afgezien van het feit dat geen sprake is van een objectieve bron. Gelet hierop heeft de rechtbank verder geen aanleiding gezien [A] nader ter zitting te horen.
6.4
Eisers stelling dat verweerder eisers culturele achtergrond en de invloed daarvan op de wijze van verklaren ten onrechte niet heeft meegewogen, leidt niet tot een ander oordeel nu dit standpunt niet nader is onderbouwd. De gemachtigde van eiser heeft verzocht de behandeling van het beroep aan te houden tot de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich heeft uitgelaten over rapportages van Bureau Kleurkracht en de invloed van de culturele achtergrond op verklaringen van vreemdelingen. De rechtbank ziet – gelet op al hetgeen hiervoor reeds is overwogen – geen aanleiding de behandeling van het beroep aan te houden, mede gelet op het feit dat in onderhavige zaak geen sprake is van een rapportage van Bureau Kleurkracht.
7. Gelet op het voorgaande heeft verweerder de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 3 oktober 2019 door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Heekelaar, griffier.
Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.