ECLI:NL:RBDHA:2019:11777
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige homoseksuele geaardheid en relatie
Eiser, een Tunesische nationaliteit dragende asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van zijn homoseksuele geaardheid en de vrees voor vervolging door zijn familie in Tunesië.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond omdat eiser vaag, oppervlakkig en summier verklaarde over zijn seksuele geaardheid en relaties, waardoor zijn verhaal niet geloofwaardig werd geacht. De rechtbank bevestigde dit oordeel na beoordeling van het relaas, waarbij verweerder zorgvuldig de persoonlijke beleving en omstandigheden van eiser had meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concreet en consistent had toegelicht waarom hij homoseksueel is, hoe hij zijn gevoelens heeft ervaren en hoe zijn relatie met [A] is opgebouwd. Ook de culturele achtergrond van eiser werd meegewogen, maar dit leidde niet tot een ander oordeel.
De rechtbank wees het beroep af en bevestigde de afwijzing van de verblijfsvergunning. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af wegens ongeloofwaardigheid van de homoseksuele geaardheid en onvoldoende onderbouwing van de relatie.