Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser is op 14 oktober 2019 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij betoogt dat er geen zicht is op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn en dat verweerder onvoldoende voortvarend is in de uitzettingsprocedure.
De rechtbank overweegt dat uit gegevens blijkt dat in de eerste vier maanden van 2019 meerdere vreemdelingen gedwongen naar Algerije zijn uitgezet en dat de lp-aanvraag voor eiser op 30 oktober 2019 is verzonden. Er is geen bewijs dat de Algerijnse autoriteiten niet meewerken. Eiser heeft onvoldoende meegewerkt, onder meer door het opgeven van een alias en het niet verkrijgen van documenten.
De rechtbank concludeert dat er wel degelijk zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld. Overige beroepsgronden zijn ingetrokken. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.