Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling van het geschil
5.De beslissing
€ 1.619,--, waarvan € 980,-- aan salaris advocaat en € 639,-- aan griffierecht;
Rechtbank Den Haag
Eiseres is bij arrest veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan twee voorwaardelijk, en dit vonnis is onherroepelijk geworden. Na verschillende oproepen tot aanmelding bij de penitentiaire inrichting en afgewezen gratieverzoeken, vordert zij in kort geding de aanhouding van de tenuitvoerlegging van haar straf, met het argument dat haar psychische problematiek en zorg voor haar kinderen een onmiddellijke detentie onmogelijk maken.
De Staat voert verweer en stelt dat eiseres niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang bij de RSJ openstaat, waar zij bezwaar en beroep kan instellen tegen de oproepbrieven. Eiseres heeft deze rechtsgang ook benut, en de RSJ zal naar verwachting vóór de melddatum uitspraak doen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgerlijke rechter geen rol meer heeft zolang deze rechtsgang openstaat en wijst de vordering af. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. G.P. van Ham en op 27 september 2019 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot aanhouding van de tenuitvoerlegging van haar gevangenisstraf.