Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 13 juni 2019 in de zaken tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
“3.1.1Activa
3.1.1.1 Rekening-courantverhouding tussen [de BV] en [eiser]
3.1.1.3 Aan [eiser] verstrekte effectenlening
Geschil16. In geschil is of de navorderingsaanslag en de boetebeschikking voor 2011, zoals die luiden na de uitspraak op bezwaar, terecht en naar de juiste bedragen zijn opgelegd en of de aanslagen voor 2012, 2013 en 2014, zoals die luiden na de uitspraken op bezwaar, naar de juiste bedragen zijn opgelegd. Voor 2011 is meer specifiek is in geschil of verweerder beschikt over een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt en of het aan opzet van eiser is te wijten dat aanvankelijk te weinig belasting is geheven. Voor alle jaren is in geschil of terecht is aangenomen dat de BV aan eiser uitdelingen heeft gedaan en zo ja, of die naar de juiste bedragen zijn vastgesteld. Voor het jaar 2012 is bovendien in geschil of de aan de BV verschuldigde eigenwoningrente terecht niet in aftrek is toegelaten en of met betrekking tot de lijfrente-uitkeringen de saldomethode juist is toegepast. Verder is in geschil of eiser recht heeft op een hogere proceskostenvergoeding dan de forfaitaire vergoeding volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
(0,25 -/- 0,15) x 0,50) en, gezien de financiële omstandigheden van eiser, vervolgens in de uitspraak op bezwaar gematigd tot € 6.000.
Beslissing
de uitspraak te ondertekenen.