ECLI:NL:RBDHA:2019:11870
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsaanvraag niet-biologische vader op grond van afhankelijkheidsverhouding
Eiser, een niet-biologische vader, verzocht om een verblijfsdocument EU/EER om bij zijn minderjarige Nederlandse dochter te mogen verblijven. Verweerder wees de aanvraag af op grond van het arrest Chavez-Vilchez, stellende dat eiser geen daadwerkelijke zorg- en opvoedtaken verricht en geen relevante afhankelijkheidsrelatie bestaat. Verweerder baseerde zich op het gewijzigde beleid per 1 juli 2018, waarbij omvang en frequentie van zorg relevant zijn.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onterecht het gewijzigde beleid toepaste in plaats van het beleid dat gold ten tijde van de aanvraag, waarin omvang en frequentie van zorg niet relevant waren. Tevens is onvoldoende gemotiveerd dat eiser slechts marginale zorg verleent. Uit verklaringen, waaronder die van de docente van referente, blijkt dat eiser een meer dan marginale rol speelt en daadwerkelijk zorgtaken verricht.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds op het beroep heeft beslist. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.