ECLI:NL:RBDHA:2019:11882
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.P. Hameete
- I. Bouter
- J.F. Frankruijter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens betrokkenheid bij ernstige misdrijven en onbetrouwbaarheid
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende persoon, diende een asielaanvraag in die door de Staatssecretaris werd afgewezen op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag vanwege zijn leidinggevende rol binnen een gewelddadige bende en betrokkenheid bij ernstige niet-politieke misdrijven. De rechtbank oordeelt dat eiser persoonlijk en bewust heeft deelgenomen aan deze misdrijven, waaronder mishandelingen met dodelijke afloop.
Eiser voerde aan dat hij zich uit overlevingsnoodzaak bij de bende aansloot en dat het geweld zelfverdediging was, maar dit werd niet gevolgd gezien de verklaringen over geplande en bewust gewelddadige confrontaties. Tevens werd de geloofwaardigheid van eisers beweringen over strafrechtelijke vervolging door Nigeria en zijn homoseksualiteit verworpen vanwege tegenstrijdigheden en onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen aanspraak kan maken op bescherming op grond van het Vluchtelingenverdrag en ook niet op andere verblijfsgronden. Het opgelegde terugkeerbesluit met een inreisverbod van tien jaar is gerechtvaardigd vanwege de actuele en ernstige bedreiging die eiser vormt voor de openbare orde, mede gelet op zijn crimineel gedrag in het asielzoekerscentrum.
Hoewel het terugkeerbesluit geen schorsende werking had, is dit gebrek niet benadelend voor eiser omdat hij een verzoek om voorlopige voorziening tijdig heeft ingediend. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt de Staatssecretaris in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt het terugkeerbesluit met een tienjarig inreisverbod.