ECLI:NL:RBDHA:2019:11906
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteit
Verzoekster, een gemeenschapsonderdaan, had een besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aangevochten waarin haar verblijfsrecht was beëindigd. Na een bezwaarprocedure werd het primaire besluit gehandhaafd. Verzoekster stelde beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening.
De rechtbank heeft het beroep in een gerelateerde procedure ongegrond verklaard, waardoor niet langer voldaan werd aan het connexiteitsvereiste zoals neergelegd in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Dit vereiste houdt in dat een verzoek om voorlopige voorziening alleen ontvankelijk is als het verband houdt met het beroep dat is ingesteld.
Gezien het ontbreken van deze connexiteit verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd openbaar gedaan op 31 oktober 2019 en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van connexiteit.