ECLI:NL:RBDHA:2019:11907
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking van het bestuursrechtelijk beroep
Eiseres had beroep ingesteld tegen een besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin haar bezwaar ongegrond werd verklaard. Nadat de Staatssecretaris het bestreden besluit introk en aankondigde het bezwaar opnieuw te zullen behandelen, trok eiseres haar beroep in.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking van het beroep het gevolg was van het tegemoetkomen van de Staatssecretaris aan eiseres, zoals bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verweerder betwistte de aanspraak op proceskosten niet.
Op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht stelde de rechtbank de proceskostenvergoeding vast op €512,-, gelijk aan één punt voor het indienen van het beroepschrift. De rechtbank wees de griffierechtvergoeding af omdat eiseres vrijstelling had gekregen. De Staatssecretaris werd veroordeeld tot betaling van deze proceskosten aan de rechtsbijstandverlener.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van proceskosten van €512,- aan eiseres na intrekking van het beroep.