Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser, en
[kinderen A, B en C],
Rechtbank Den Haag
Eisers, een gezin afkomstig uit de Krim, Oekraïne, vroegen asiel aan in Nederland vanwege vervolgingsgevaar en medische omstandigheden van de vader. De rechtbank heeft vastgesteld dat verweerder hun identiteit en problemen in de Krim en Kiev geloofwaardig achtte, maar dat er een veilig beschermingsalternatief elders in Oekraïne bestaat waar zij bescherming kunnen vinden.
De medische situatie van vader is door meerdere instanties beoordeeld, waarbij geen medische noodzaak voor uitstel van vertrek werd vastgesteld. Eisers betoogden dat het beschermingsalternatief niet op hen van toepassing is vanwege vaders ziektebeeld en het ontbreken van sociaal netwerk, maar de rechtbank vond dat verweerder hier voldoende rekening mee had gehouden.
Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro, dat bescherming van het privéleven beoogt, faalde omdat het gezin nog relatief kort in Nederland verblijft en de kinderen nog jong zijn om in Oekraïne te wortelen. De belangenafweging vond plaats met inachtneming van het restrictieve toelatingsbeleid. Het beroep op artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 wegens medische noodzaak werd eveneens verworpen op basis van het advies van het Bureau Medische Advisering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.