Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
hij in of omstreeks de periode van 1 december 2017 tot en met 1 augustus 2018 te Alphen aan den Rijn, althans in Nederland, opzettelijk 5.000,- euro, in elk geval een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] en/of [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of aan anderen dan aan verdachte en welk geldbedrag verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als financieel beheerder en/of gevolmachtigde, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.
nietrechtmatig over deze rekening kon beschikken. De rechtbank kan dus niet uitsluiten dat de verdachte zich die € 5.000,- wederrechtelijk heeft toegeëigend. Dit betekent dat niet vaststaat dat de verdachte dat bedrag anders dan door misdrijf onder zich had, zodat hij dient te worden vrijgesproken van verduistering.
snoervormigevoorwerp te trekken en met dit voorwerp de keel/hals van die [slachtoffer] dicht te trekken.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
12.De toepasselijke wetsartikelen
13.De beslissing
15 (vijftien) jaren;