ECLI:NL:RBDHA:2019:11958
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag biseksuele Iraanse vreemdeling wegens onvoldoende geloofwaardigheid
Eiser, een Iraanse nationaliteit dragende man, diende een opvolgende asielaanvraag in met het argument dat hij vanwege zijn biseksualiteit in Iran vervolgd zou worden. Eerder was zijn aanvraag wegens bekering tot het christendom afgewezen en definitief verworpen. De Staatssecretaris wees de nieuwe aanvraag af als kennelijk ongegrond en legde een inreisverbod van twee jaar op.
De rechtbank overwoog dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk biseksueel is en dat hij daardoor in Iran problemen zou ondervinden. Zijn verklaringen waren vaag, summier en inconsistent, en hij kon het proces van bewustwording en acceptatie van zijn geaardheid niet overtuigend toelichten. Ook de gestelde problemen met familie en autoriteiten werden niet geloofwaardig bevonden.
De rechtbank stelde vast dat de Staatssecretaris de werkinstructie 2018/9 correct had toegepast en dat het besluit voldoende was gemotiveerd. De afwijzing van de aanvraag en het opleggen van het inreisverbod waren rechtmatig. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het opgelegde inreisverbod is ongegrond verklaard.