ECLI:NL:RBDHA:2019:11961
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 16 oktober 2019 niet-ontvankelijk is verklaard. Tevens is aan verzoeker een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en daarnaast een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
De behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening vond plaats op 31 oktober 2019, gelijktijdig met de behandeling van een gerelateerde zaak. Verzoeker was niet aanwezig bij de zitting, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.
De voorzieningenrechter overweegt dat vanwege de reeds op dezelfde dag genomen uitspraak in het beroep, het verzoek om voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek afgewezen en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep reeds is beslist.