Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
pro forma) en 31 januari 2019 (
inhoudelijk).
2.De tenlastelegging
een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp uit de grond te pakken en/of direct in de richting van die [agent 2] te richten en/of te zwaaien en/of op die [agent 2] af te rennen.
3.Bewijsoverwegingen
- [agent 2] heeft verklaard over situatie 1 (1a en 1b) en 2;
- [agent 3] heeft verklaard over situatie 1a en 2;
- [agent 1] heeft verklaard over situatie 2;
- [agent 4] heeft verklaard over situatie 1b en 2.
datmes aan die politieambtenaar te tonen;
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De motivering van de maatregel van artikel 37 van Pro het Wetboek van Strafrecht
7.De vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
- [agent 2] met een vordering ten bedrage van € 1.363,97, bestaande uit materiële schade (kosten in verband met de beëindiging van de studie van € 538,97) en immateriële schade (€ 825,00);
- [agent 1] met een vordering ten bedrage van € 440,00, bestaande uit immateriële schade;
- [agent 3] met een vordering ten bedrage van € 440,00, bestaande uit immateriële schade;
- [agent 4] met een vordering ten bedrage van € 440,00, bestaande uit immateriële schade.
[agent 4]
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
nietstrafbaar;
[agent 2]toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan
[agent 2]een bedrag van € 1.363,97, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 27 augustus 2018;
[agent 2]gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
[agent 2];
[agent 1] , [agent 3]en
[agent 4]niet-ontvankelijk in de vorderingen;
[agent 1] , [agent 3]en
[agent 4]in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vorderingen gemaakt, tot op heden begroot op nihil.