Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
De rechtbank oordeelt als volgt.
Rechtbank Den Haag
Eiser, houder van de Ugandese nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis af te wijzen. De referent, de partner van eiser, kreeg in september 2017 een verblijfsvergunning asiel.
De staatssecretaris stelde dat de feitelijke gezinsband tussen eiser en referent op het moment van binnenkomst van de referent in Nederland was verbroken, omdat er gedurende een periode van ongeveer een half jaar geen contact was en de referent tijdens zijn asielprocedure uitdrukkelijk verklaarde geen relatie te hebben. Eiser voerde aan dat de bijzondere omstandigheden onvoldoende waren meegewogen en dat de referent ten onrechte niet is gehoord in bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat volgens de Vreemdelingencirculaire 2000 de referent moet aantonen dat de feitelijke gezinsband op het moment van binnenkomst bestond en niet verbroken was. Gezien de verklaringen van de referent en het gebrek aan contact was de gezinsband op dat moment verbroken. Het herstel van de band op een later moment was niet relevant. De rechtbank concludeerde dat het bezwaar kennelijk ongegrond was en dat het beroep daarom ongegrond verklaard moest worden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de feitelijke gezinsband op het moment van binnenkomst van de referent in Nederland was verbroken.