ECLI:NL:RBDHA:2019:12121
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevel tot instemming met buitengerechtelijke schuldregeling ondanks weigering schuldeiser
Verzoeker heeft een buitengerechtelijke schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, waarbij een uitkering van 25,52% over 36 maanden werd voorgesteld tegen finale kwijting van de restschuld. Acht van de negen schuldeisers gingen hiermee akkoord, maar één schuldeiser, verweerster, weigerde medewerking te verlenen. Verweerster baseerde haar weigering op het standpunt dat het voorstel niet het maximaal haalbare zou zijn, omdat het gebaseerd was op een hogere dan de beslagvrije voet.
De rechtbank overweegt dat een schuldeiser slechts onder bijzondere omstandigheden gedwongen kan worden in te stemmen met een schuldregeling. De vordering van verweerster vertegenwoordigt slechts 0,86% van de totale schuld en de rechtbank stelt vast dat de weigering gebaseerd is op onjuiste uitgangspunten, waaronder een verkeerde berekening van het vrij te laten bedrag. Tevens acht de rechtbank het buitengerechtelijke akkoord gunstiger voor de schuldeisers dan de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Daarom beveelt de rechtbank verweerster alsnog in te stemmen met de schuldregeling en wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af, omdat verzoeker geen belang meer heeft bij dat verzoek. De uitspraak werd gedaan op 14 november 2019 door rechter R. Cats.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de schuldeiser in te stemmen met de schuldregeling en wijst het verzoek tot wettelijke schuldsaneringsregeling af.