ECLI:NL:RBDHA:2019:12135
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen oplegging inreisverbod wegens ontbreken familierechtelijke relatie
Eiser, van Tanzaniaanse nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in nadat zijn eerdere aanvraag in 2016 was afgewezen en een terugkeerbesluit was genomen. Verweerder verklaarde de nieuwe aanvraag niet-ontvankelijk en legde een inreisverbod van twee jaar op omdat eiser niet aan het eerdere terugkeerbesluit had voldaan.
Eiser stelde dat hij een dochter met de Nederlandse nationaliteit heeft en dat dit een familierechtelijke relatie vormt die het inreisverbod zou moeten verhinderen. Ter onderbouwing overhandigde hij een verklaring van de moeder en foto's. De rechtbank oordeelde echter dat deze stukken geen objectief en verifieerbaar bewijs vormen van biologisch verwantschap, erkenning of gezag over het kind.
De rechtbank concludeerde dat er geen beschermenswaardig familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro is dat het inreisverbod zou moeten tegenhouden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod is ongegrond verklaard wegens ontbreken van aantoonbare familierechtelijke relatie.