ECLI:NL:RBDHA:2019:12158
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schending hoorplicht en beoordeling aanslag inkomstenbelasting 2016
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2016, waarbij verweerder de Bbz-uitkering niet tot het belastbare inkomen heeft gerekend en de loonheffing hierover niet heeft verrekend.
De rechtbank constateert dat verweerder ondanks het verzoek van eiser geen gehoor heeft gegeven, waardoor de hoorplicht is geschonden. Dit leidt tot gegrondverklaring van het beroep en vernietiging van de uitspraak op bezwaar. Omdat eiser echter voldoende gelegenheid heeft gehad zijn standpunt schriftelijk en mondeling toe te lichten, besluit de rechtbank de zaak zelf af te doen.
De rechtbank oordeelt dat de aanslag correct is vastgesteld, dat de berekende belastingrente conform wettelijke bepalingen is vastgesteld en dat verweerder geen dwangsom verschuldigd is wegens tijdige beslissing. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser en wijst het verzoek om een integrale proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard wegens schending hoorplicht, uitspraak op bezwaar vernietigd, aanslag gehandhaafd en verweerder veroordeeld in proceskosten.