ECLI:NL:RBDHA:2019:12237
Rechtbank Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Beklag tegen beslag op geldbedragen wegens overmaking aan Belastingdienst
Klager diende een beklag in op grond van artikel 552a Sv tegen het beslag op diverse geldbedragen die onder hem waren genomen in verband met een verdenking van witwassen. Hij verzocht om teruggave van deze bedragen.
De officier van justitie gaf aan dat de bedragen aan de Belastingdienst waren overgemaakt op grond van een vordering ex artikel 19 van Pro de Invorderingswet 1990, ter verrekening van openstaande belastingschulden van klager. De rechtbank oordeelde dat het Openbaar Ministerie als houder van de penningen verplicht was aan deze vordering te voldoen zonder toetsing of teruggave aan klager.
De rechtbank stelde vast dat het beslag juridisch nog niet was geëindigd, waardoor klager ontvankelijk was in zijn beklag, maar dat de wettelijke verplichting tot betaling aan de Belastingdienst het OM ontheft van een eventuele teruggaveplicht. Daarom werd het beklag ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beklag tegen het beslag op geldbedragen wordt ongegrond verklaard omdat het OM verplicht was de bedragen aan de Belastingdienst over te maken.