ECLI:NL:RBDHA:2019:12272
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in geschil over VVE-besluiten
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die betrokken was bij een geschil over de vernietiging van besluiten genomen tijdens een VVE-ledenvergadering. Zij stelden dat de rechter vooringenomen was vanwege het afwijzen van hun verzoek tot uitstel en schorsing, en vanwege het doorvragen naar de juridische grondslag van hun verzoek.
De wrakingskamer oordeelde dat de wraking alleen kan worden toegewezen bij concrete aanwijzingen van onpartijdigheid of de objectief gerechtvaardigde schijn daarvan. Beslissingen van de rechter over procesverzoeken kunnen niet via wraking worden aangevochten, maar via reguliere rechtsmiddelen. De kamer vond geen aanwijzingen dat de rechter buiten de rechtsstrijd trad of partijdig handelde.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd bepaald dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij het indienen van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van aanwijzingen voor vooringenomenheid.