ECLI:NL:RBDHA:2019:123
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting telefoonwinkel wegens heling
Op 10 december 2018 heeft de burgemeester van Den Haag de eenmanszaak van verzoeker, een telefoonwinkel, voor drie maanden gesloten wegens heling en het niet correct bijhouden van het digitale opkopersregister. De sluiting is gebaseerd op meerdere constateringen van bezit van gestolen goederen en het niet naleven van wettelijke verplichtingen.
Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, welke op 27 december 2018 werd behandeld. De politie-eenheid leverde een rapportage waarin werd vastgesteld dat de winkel zich niet aan de wet- en regelgeving hield en betrokken was bij heling.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester beoordelingsvrijheid heeft en dat de sluiting proportioneel en noodzakelijk is om de openbare orde te handhaven. De constateringen van bezit van gestolen goederen en het niet correct bijhouden van het register waren voldoende aannemelijk. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, waarbij het algemeen belang zwaarder woog dan het belang van verzoeker.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de telefoonwinkel wordt afgewezen.