Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De geldigheid van de dagvaarding ten aanzien van feit 4
4.Vrijspraak ten aanzien van feit 5
5.Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1, 2, 3 en 6
6.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
De strafbaarheid van verdachte
8.De strafoplegging
9.De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
10.De toepasselijke wetsartikelen
11.De beslissing
18 (achttien) maanden;
[slachtoffer 1]gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 1] , een bedrag van € 4.220,77, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 17 september 2018 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;
[slachtoffer 2]gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 2] , een bedrag van € 3.500,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 17 september 2018 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;
[slachtoffer 3]niet-ontvankelijk is in de vordering in de vordering tot schadevergoeding;
[naam 2]niet-ontvankelijk is in de vordering en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;