ECLI:NL:RBDHA:2019:12586
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen en beginselen van behoorlijk bestuur in belastingzaak
Eiser, die tot eind 2012 een eenmanszaak dreef in meubelhandel, kreeg navorderingsaanslagen opgelegd voor de jaren 2010 tot en met 2012 door verweerder, de inspecteur van de Belastingdienst. De correcties betroffen onder meer dubbel geboekte inkoopfacturen en transportkosten die verweerder cijfermatig en inhoudelijk had onderbouwd in een controlerapport.
Eiser stelde dat verweerder meerdere beginselen van behoorlijk bestuur had geschonden, zoals het verdedigingsbeginsel en het motiveringsbeginsel, en betwistte de correcties. De rechtbank verwierp deze klachten, onder meer omdat het verdedigingsbeginsel op grond van het toepasselijke nationale recht niet van toepassing was en omdat verweerder de correcties voldoende had gemotiveerd en toegelicht.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat het ontbreken van een slotgesprek en conceptrapport door het overlijden van een controleambtenaar niet leidde tot schending van het zorgvuldigheidsbeginsel. De navorderingsaanslagen werden als gebonden beschikkingen beoordeeld, waardoor geen discretionaire bevoegdheid bestond.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en bevestigde dat de navorderingsaanslagen terecht en naar juiste bedragen waren opgelegd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt dat de navorderingsaanslagen terecht zijn opgelegd.