ECLI:NL:RBDHA:2019:12608

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 november 2019
Publicatiedatum
28 november 2019
Zaaknummer
09/575832 HA ZA 19-678
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30p RvArt. 843a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering inzage en nadere onderbouwing verzekeringsschade na brand

Europower, een groothandel in schoonmaak- en drogisterijproducten, had bij Nationale Nederlanden een verzekering afgesloten voor inventaris, goederen en bedrijfsschade. Na een brand op 5 december 2015 waarbij alle voorraad en inventaris verloren gingen, betaalde NN voorschotten en vergoedde de schade. Europower was het echter niet eens met de omvang van de bedrijfsschade, met name het gehanteerde bedrag van €460.305,- voor belangverlies.

Europower vorderde op grond van artikel 843a Rv inzage in een gespecificeerde onderbouwing van dit bedrag, het polisblad en polisvoorwaarden van 2015, en het rapport van EMN Forensic over de brandoorzaak. De rechtbank oordeelde dat er geen algemene informatieplicht bestaat en dat Europower onvoldoende rechtmatig belang had aangetoond voor deze inzage. NN had reeds een uitgebreide toelichting gegeven en betwistte het bestaan van andere documenten.

De rechtbank vond dat Europower geen concrete aanwijzingen had dat er meer stukken bestonden dan reeds verstrekt. Ook het gevorderde forensisch rapport behoorde niet te worden verstrekt, omdat het vermoeden van brandstichting en het onderzoek daarvan geen reden gaf tot eerdere bevoorschotting. De vorderingen werden daarom afgewezen en Europower werd veroordeeld in de proceskosten van NN.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Europower af en veroordeelt haar in de proceskosten van Nationale Nederlanden.

Uitspraak

proces-verbaal

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel
zaaknummer / rolnummer: 09/575832 HA ZA 19-678
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 22 november 2019
in de zaak van
Europower B.V.,te Den Haag,
eiseres,
advocaat mr. H. Bulut-Yazir te Den Haag,
tegen
Nationale Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V.,te Den Haag,
gedaagde,
advocaat mr. J.M. Bruidegom te Den Haag
Partijen worden hierna Europower en NN genoemd.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het vonnis van de kantonrechter in het bevoegdheidsincident van 20 juni 2019;
  • het tussenvonnis van 7 augustus 2019, waarin een comparitie van partijen is bevolen;
  • de comparitie van partijen op 22 november 2019. Europower is verschenen in de persoon van de heer [A] , middellijk bestuurder en eigenaar, bijgestaan door mr. Bulut- Yazir. Namens NN is [B] verschenen, bijgestaan door mr. Bruidegom.
Van het verhandelende ter zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.
1.2.
Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de rechtbank met toepassing van artikel 30p van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

2.De beslissing

De rechtbank:
  • wijst de vorderingen af;
  • veroordeelt Europower in de proceskosten van NN en begroot deze tot op heden op € 1.992, aan griffierecht en € 1.086 aan salaris advocaat, en begroot de nakosten op € 157,- te vermeerderen met € 82,- in geval van betekening, de proceskosten te vermeerderen met wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na dit vonnis;
  • verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

3.De beoordeling

3.1.
De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
3.2.
In de bedrijfsruimte van Europower, een groothandel in schoonmaak- en drogisterijproducten, aan de [adres] is op 5 december 2015 brand uitgebroken. Alle daar aanwezige voorraad en inventaris is verloren gegaan. Europower had haar inventaris, goederen en bedrijfsschade verzekerd bij NN. Omdat een vermoeden van brandstichting bestond heeft EMN Forensic in opdracht van NN een onderzoek naar de brandoorzaak gedaan. In april 2016 heeft NN aan Europower bericht dat dekking zou worden verleend, heeft NN vervolgens in april en in juni 2016 voorschotten uitgekeerd en is nadien de schade afgewikkeld. Aan Europower zijn zowel aan materiële schade als aan bedrijfsschade onder de polis uitkeringen gedaan. Bij de berekening van het belangverlies – dat mede uitgangspunt is voor de vaststelling van de bedrijfsschade – heeft NN een bedrag van € 460.305,- gehanteerd.
Europower is het niet eens met de vaststelling van de omvang van de schade.
3.3.
In deze procedure vordert Europower kort gezegd en na eisvermindering en toespitsing ter zitting, op grond van artikel 834a Rv afgifte op straffe van een dwangsom van:
  • a) een gespecificeerde onderbouwing en toelichting, eventueel met toegepaste berekeningen en formules van het bedrag van € 460.305,- dat NN heeft gebruikt bij de berekening van het belangverlies;
  • b) een afschrift van de polis en polisvoorwaarden geldig op 5 december 2015;
  • c) de rapporten van EMN Forensic over de schadeoorzaak.
3.4.
Uitgangspunt bij de beoordeling van de vordering is dat er geen algemene plicht voor partijen bestaat om informatie en documenten aan elkaar te verschaffen. De hoofdregel is dat NN niet verplicht kan worden om informatie die Europower zou willen hebben op haar verzoek af te staan of ter inzage te geven. Dat is anders wanneer het gaat om bepaalde – dus bestaande en concreet aangewezen – bescheiden, die gaan over een rechtsbetrekking waarbij Europower partij is en bij de inzage of afgifte waarvan Europower rechtmatig belang heeft.
3.5.
NN heeft gemotiveerd bestreden dat zij verplicht kan worden om de onder 3.3. genoemde informatie te verschaffen.
3.6.
Europower heeft niet duidelijk gemaakt dat zij een rechtmatig belang heeft bij de gevraagde nadere onderbouwing van het bedrag van € 460.305,- in de berekening van het belangverlies. Europower heeft gevraagd om een toelichting van NN ten aanzien van de door NN gehanteerde uitgangspunten en bedragen bij de bepaling van de omvang van de (bedrijfs)schade. Op het verzoek van 3 mei 2018 is een uitvoerige toelichting gekomen van NN in de vorm van brief van [X] van EMN van 27 juni 2019. Europower stelt vraagtekens bij het in deze toelichting gehanteerde bedrag van € 460.305,-. Zij is het met dit bedrag oneens en gaat zelf uit van andere cijfers. Zij heeft dus de gegevens in handen om de juistheid van het door NN gehanteerde bedrag te betwisten.
De rechtbank ziet niet in welk belang Europower bij deze stand van zaken heeft bij een nadere toelichting van het door [X] gehanteerde bedrag en hoe dat haar bewijspositie in een eventuele procedure tegen NN zou kunnen dienen. Daarbij komt dat onduidelijk is of er nadere stukken zijn waaruit deze informatie blijkt. NN heeft gemotiveerd en met een verklaring van [X] onderbouwd dat er niet meer gegevens zijn dan die inmiddels zijn verstrekt en toegelicht. Europower heeft geen concrete aanknopingspunten gesteld waaruit blijkt dat dit niet klopt en dat er wel meer stukken zijn. NN kan niet met toepassing van artikel 843a Rv worden opgedragen nadere stukken op te stellen of zaken alsnog op papier te zetten. De gevorderde stukken moeten wel al bestaan. Het is onvoldoende duidelijk geworden op welke concrete en bestaande gegevens Europower met deze vordering het oog heeft.
3.7.
Volgens Europower ontbreken het polisblad en de voorwaarden over 2015 en blijkt juist uit dit polisblad dat in 2015 de verzekerde som voor bedrijfsschade hoger was dan de € 150.000,- waarvan NN is uitgegaan. NN heeft gemotiveerd bestreden dat er een polisblad over 2015 is en dat in dat jaar van een andere verzekerde som sprake is. Volgens haar is de verzekerde som voor bedrijfsschade vanaf 2013 € 150.000,- geweest en pas in het voorjaar van 2016 op verzoek van Europower verhoogd. NN heeft dit onderbouwd met het door de tussenpersoon van Europower daartoe gedane verzoek van 26 april 2016 en het daarop gevolgde nieuwe polisblad, terwijl uit het polisblad van februari 2016 blijkt dat de verzekerde som voor bedrijfsschade vóór de wijziging nog € 150.000,- was, net als uit het overgelegde polisblad over 2014 blijkt.
Europower heeft desgevraagd geen enkel aanknopingspunt kunnen aanreiken waaruit het bestaan van een nieuw polisblad of polisaanhangsel over 2015 kan worden afgeleid. Ook heeft zij niet uitgelegd waaruit kan volgen dat in 2015 de verzekerde som afweek van de € 150.000,- die in 2014 verzekerd was en de € 150.000,- die begin 2016 aan bedrijfsschade verzekerd was. Onduidelijk is dus of de gevorderde polisstukken over 2015 bestaan en het rechtmatig belang is evenmin gebleken.
3.8.
Tot slot is ook niet gebleken van een rechtmatig belang bij de afgifte van het rapport van EMN Forensic. Europower stelt zich op het standpunt dat NN te laat voorschotten heeft betaald en dat er geen reden was om te wachten totdat het onderzoek naar de oorzaak van de brand was afgerond. Europower zei ter zitting zelfs te betwijfelen of er eigenlijk wel een rapport is. Dat is een contra-indicatie voor toewijzing van de vordering op dit punt. De rechtbank ziet voldoende aanknopingspunten dat er wel degelijk een onderzoek naar het vermoeden van brandstichting is gedaan en naar mogelijke betrokkenheid van onder meer [A] , dat Europower daarvan op de hoogte was en ook dat zij wist dat met bevoorschotting zou worden gewacht op het resultaat. Dat een verzekeraar hangende een onderzoek naar brandstichting en de mogelijke betrokkenheid van een verzekerde geen voorschotten uitkeert, is in beginsel niet onredelijk. Het rapport is uiteindelijk niet tegen Europower gebruikt, NN heeft na afronding van het onderzoek in april 2016 laten weten dekking te zullen verlenen.
Desgevraagd ter zitting zei Europower dat in het rapport misschien wel staat dat [A] al in een vroeg stadium niet meer met de brand in verband werd gebracht, zodat eerder had kunnen worden bevoorschot. Het enkele vermoeden dat een stuk misschien steun biedt voor een bepaald standpunt is echter niet genoeg om afgifte ervan te kunnen afdwingen. Dat NN het rapport niet had mogen afwachten, kan Europower ook los van de inhoud ervan betogen. Dat haar bewijspositie in een eventuele procedure of de inschatting van de succeskansen daarvan worden benadeeld als zij niet over dit rapport beschikt, is onvoldoende uit de verf gekomen.
3.9.
De vorderingen moeten dus worden afgewezen. Europower is de in het ongelijk gestelde partij en wordt daarom in de proceskosten van NN veroordeeld. De nakosten worden begroot voor het geval zij worden gemaakt.
Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. J.M. Willems, en in het openbaar uitgesproken in de aanwezigheid van de griffier, waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat is verzonden op 26 november 2019.
Waarvan proces-verbaal,