ECLI:NL:RBDHA:2019:12630
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verlenging verblijfsvergunning zoekjaar hoogopgeleiden wegens niet voldoen aan diploma-eisen
Eiser, met de Ghanese nationaliteit, had een verblijfsvergunning voor studie die werd ingetrokken wegens onvoldoende studievoortgang. Hij vroeg om wijziging en verlenging van zijn verblijfsvergunning voor het zoekjaar hoogopgeleiden. Verweerder wees deze aanvraag af omdat eiser niet kon aantonen dat hij binnen drie jaar voorafgaand aan de aanvraag een geaccrediteerde bachelor- of masteropleiding aan een Nederlandse instelling had afgerond, zoals vereist in artikel 3:42 van Pro het Vreemdelingenbesluit 2000.
Eiser overhandigde een Post-Graduate diploma van Van Hall Larenstein, maar deze instelling gaf aan dat hij slechts enkele modules had behaald en geen volledige masteropleiding had afgerond. Ook buitenlandse diploma’s voldeden niet aan de termijnvereiste. Eiser stelde dat het diploma een post-HBO diploma was en daarmee een HBO-masterdiploma, maar kon dit niet onderbouwen.
Tijdens de zitting overhandigde eiser een certificaat van deelname aan alle modules van de masteropleiding, maar dit certificaat toonde niet aan dat hij de modules succesvol had afgerond en was bovendien al eerder beschikbaar geweest. De rechtbank oordeelde dat eiser niet voldeed aan de vereisten van artikel 3:42 en Pro dat verweerder de aanvraag terecht had afgewezen.
Verder oordeelde de rechtbank dat het niet horen van eiser in de bezwaarfase niet onrechtmatig was omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor verlenging van de verblijfsvergunning blijft in stand.