Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 juni 2019 in de zaak tussen
[eiser] , eiseres
[A] , [B] en [C]
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft een asielaanvraag ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiseres betoogt dat haar aanvraag aan Nederland moet worden toegewezen wegens vrees voor refoulement en onvoldoende bescherming in Frankrijk.
De rechtbank stelt vast dat Frankrijk is aangesloten bij het Vluchtelingenverdrag en het EVRM, en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waardoor Nederland ervan uit mag gaan dat Frankrijk zijn internationale verplichtingen nakomt. Eiseres heeft onvoldoende onderbouwd dat er sprake is van structurele tekortkomingen in het Franse asielsysteem die dit vertrouwen zouden ondermijnen.
De rechtbank oordeelt dat de verwijzing van eiseres naar een rapport over Italië niet relevant is voor de situatie in Frankrijk. Ook is niet gebleken dat de Franse autoriteiten haar niet kunnen beschermen tegen geweld. De rechtbank concludeert dat de Staatssecretaris terecht heeft besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.