ECLI:NL:RBDHA:2019:12656
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Marokkaanse man wegens gebrek aan geloofwaardigheid en onvoldoende onderbouwing
De Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) heeft de asielaanvraag van een Marokkaanse man afgewezen als kennelijk ongegrond. De eiser stelde dat hij vanwege bedreigingen en mishandeling in Marokko bescherming nodig had, maar kon dit niet met documenten onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eiser over zijn identiteit en de problemen in Marokko tegenstrijdig en ongeloofwaardig waren. Ook de gestelde medische noodzaak voor behandeling werd niet aannemelijk gemaakt. Marokko werd als veilig land van herkomst beschouwd, en eiser maakte onvoldoende aannemelijk dat dit voor hem persoonlijk anders was.
De rechtbank wees het beroep af en verwierp het verzoek om een voorlopige voorziening. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond.