ECLI:NL:RBDHA:2019:12659
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Verklaring Omtrent het Gedrag wegens zedendelicten en risico voor kwetsbare personen
Eiser verzocht op 9 mei 2018 om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) voor een functie als schoonmaakmedewerker bij een revalidatiecentrum. De Minister voor Rechtsbescherming wees de aanvraag af op grond van eerdere veroordelingen van eiser voor verkrachting en poging tot verkrachting binnen de terugkijktermijn, waardoor het objectieve criterium voor weigering werd vervuld.
Eiser voerde aan dat hij reeds zonder incidenten had gewerkt in zorginstellingen en dat hij in zijn functie geen direct contact met patiënten zou hebben. Hij stelde dat het besluit in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel. De rechtbank oordeelde echter dat de Minister terecht het verscherpte toetsingskader toepaste vanwege de aard van de veroordelingen en het risico voor de veiligheid van kwetsbare patiënten.
De rechtbank vond dat het belang van de samenleving bij bescherming tegen het risico zwaarder woog dan het belang van eiser bij afgifte van de VOG. Het beperkte tijdsverloop sinds de beëindiging van de Tbs-maatregel en de ernst van de feiten maakten dat weigering niet evident disproportioneel was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de VOG-aanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege het risico voor kwetsbare personen en eerdere zedendelicten.