ECLI:NL:RBDHA:2019:12662
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Verklaring Omtrent het Gedrag voor taxichauffeur wegens verkeersdelicten en overtredingen taxibranche
Eiser vroeg op 14 april 2018 een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aan voor het verkrijgen van een chauffeurskaart bij een taxibedrijf. De Minister voor Rechtsbescherming wees de aanvraag af op grond van meerdere justitiële gegevens binnen de terugkijktermijn van vijf jaar, waaronder verkeersdelicten en overtredingen van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Haarlemmermeer.
Eiser voerde aan dat de overtredingen van de APV geen contra-indicaties vormen voor de afgifte van een VOG en dat de minister te zwaar zou toetsen. Ook stelde hij dat hij vrijgesproken was van mishandeling en dat de feiten incidenteel waren. De rechtbank oordeelde echter dat verkeersdelicten en overtredingen van taxibranche gerelateerde regelgeving een risico vormen voor de veiligheid van passagiers en medeweggebruikers, en dat het objectieve criterium voor weigering is vervuld.
Bij de belangenafweging (subjectief criterium) gaf de rechtbank de voorkeur aan het belang van de samenleving boven dat van eiser, mede vanwege recidive en het korte tijdsverloop sinds het laatste justitiecontact. De rechtbank concludeerde dat de minister de weigering van de VOG terecht heeft gehandhaafd en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de VOG-aanvraag.